Vraag en antwoord

Zoekinstructie EAD voor GRAN bezoeker (Word document)

Wat kan ik vinden in gemeentearchieven?

Gemeentearchieven bieden vele interessante bronnen voor het doen van huizenonderzoek, genealogisch onderzoek als voor lokaal-historisch onderzoek. Vanaf het begin hebben gemeenten een groot aantal taken uitgevoerd en dat is in archieven terug te vinden. U kunt aantreffen notulen van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders, correspondentie, bevolkingsregister en burgerlijke stand, bouwvergunningen, kadastrale gegevns en financiele bescheiden, belastingheffing, onderwijs, de ondersteuning van armen. Verder zijn er in de meeste gevallen oude foto´s en films en een bibliotheek met boekenvan belang voor de geschiedenis van het gebied. Ook zijn er soms particuliere archieven ondergebracht. De archieven beginnen rond 1811, alleen de steden Groningen en Appingedam hebben ook een archief van voor 1811. Het archief van Appingedam gaat terug tot 1327, het jaar waarin aan Appingedam de stadsrechten werden toegekend. In het algemeen kan gesteld worden dat gemeentelijke archieven van na 1811 in een gemeentelijke archiefbewaarplaats in het gemeentehuis worden bewaard, archieven van voor 1811 treft u aan bij de Groninger Archieven. Via het menu aan de linkerkant van de website komt u terecht bij de deelnemende gemeenten.

Wat kan ik vinden in waterschapsarchieven?

In archieven van waterschappen bevinden zich correspondentie en besluiten van de waterschaps- en polderbesturen en vele stukken en tekeningen over de aanleg en het beheer van waterstaatswerken. Stukken zijn te vinden over kanalisatie, waterbeheersingsplannen, ruilverkaveling van gronden en over het schouwen van sloten. Tot voor een aantal jaren gingen bestuursleden/schouwers het veld in om te kijken of de sloten schoon waren. Tegenwoordig gaat het waterschap vanuit de lucht met een helikopter bekijken of de zaak in orde is.Net als bij de gemeenten, bezitten de waterschappen foto´s. Van veel waterschapsobjecten (ook woningen) zijn foto´s gemaakt. In tegenstelling met gemeenten gemeenten hebben waterschappen niets van doen met bv. openbare orde, maatschappelijke zorg en onderwijs. In de provincie Groningen zijn 2 waterschappen, Noorderzijlvest te Groningen en Hunze en Aa´s te Veendam. Via het menu aan de linkerkant van de website komt u terecht bij de deelnemende waterschappen.

Wat kan ik vinden in provinciale archieven?

In provinciale archieven kunnen archiefbescheiden over uiteenlopende onderwerpen worden gevonden. Zaken waar de provincie al dan niet directe bemoeienis mee had en heeft, hierbij valt te denken aan bv. aanleg en beheer van verkeerswegen, toezicht op de waterschappen, maatschappelijke zorg, cultuur. Eevenals bij andere overheidsorganen worden archiefbescheiden voortvloeiende uit de eigen taken bwaard. De provinciale archieven zijn vooral interssant voor niet-genealogische onderzoekers, genealogische onderzoekers kunnen er echter aanvullend materiaal vinden voor hun stamboom. Voor de genealogische onderzoeker zijn onder meer de archiefbescheiden betreffende het verlenen van koninklijke onderscheidingen in het archief van de Commissaris der Koningin interssant. In provinciale archieven zijn ook stukken over afzonderlijke gemeenten te vinden, provincie en gemeenten overlegden regelmatig met elkaar en op bepaalde terreinen heeft de provincie een toezichthoudende taak, in het verleden bv. op de kwaliteit van het onderwijs. De provinciale archieven t/m 1976 zijn overgebracht naar de Groninger Archieven en daar te raadplegen.

Wat is er in gemeentearchieven te vinden over WO II?

In alle gemeentearchieven is wel iets over de oorlog te vinden, hoeveel dat is, verschilt per gemeente. Het betreft vaak de volgende onderwerpen:
Vorderingen. Vordering van paarden, kerkklokken, hooi, ijzer, fietsen of radio’s. Daarnaast werden ook gebouwen gevorderd, die waren nodig voor de inkwartiering van soldaten. Vaak ging het om schoolgebouwen of andere grote gebouwen.
· Het nemen van maatregelen tegen Joden. Deze stukken zijn meestal van 1940 of 1941.
· Handhaving van de openbare orde. Het nemen van maatregelen tegen Nederlanders. Het al of niet aantreffen van deze stukken is vooral afhankelijk van wat er in een bepaalde gemeente is voorgevallen.
· Tewerkstelling van personen.

Veel stukken over de oorlog dateren van na de oorlog:
· Het nemen van maatregelen tegen collaborateurs. Indien in deze stukken namen worden genoemd zijn ze niet openbaar.
· Het herstellen van oorlogsschade.
· Het onderhouden van oorlogsgraven en het overbrengen van de lichamen van gesneuvelde militairen naar militaire begraafplaatsen.
· Het oprichten van oorlogsmonumenten.

Wat is er in gemeentearchieven te vinden over de geschiedenis van mijn huis?

Bouwvergunningen

Bouwvergunningen worden door de gemeenten verleend sinds de invoering van de Woningwet in 1901. Iedereen die een huis wilde bouwen of verbouwen moest daar een vergunning voor aanvragen. Hierbij moest een tekening overlegd worden. Tekeningen en vergunningen worden in de meeste gemeentearchieven nog aangetroffen hoewel de serie niet overal even compleet is.

Huisnummerregisters

De huisnummerregisters werden door de gemeenten opgemaakt en bijgehouden om een goed overzicht te hebben van de huizen in de gemeente en de bewoners daarvan. De oudste registers zijn meestal van het eind van de 19de of het begin van de 20ste eeuw. Een enkele keer zijn ze ouder. Hierin worden huisnummers genoemd en de namen van bewoners. Soms ook een kadastraal nummer. Deze registers zijn lang niet overal aanwezig.

Kadastrale administratie

Het kadaster werd in 1832 ingevoerd i.v.m. de heffing van belasting op onroerend goed. Elke gemeente werd opgedeeld in kadastrale secties en percelen. In de kadastrale leggers is van elk perceel aangegeven wie de eigenaar was, hoe het gebruikt werd (weiland, bouwland, huis en erf, boomgaard, etc. etc.), hoe groot het was en in welk belastingtarief het viel. Alle veranderingen werden nauwkeurig bijgehouden zodat van elk perceel de geschiedenis is te volgen. De leggers zijn toegankelijk middels indexen op de namen van de eigenaars en indexen op de perceelsnummers. In de meeste gemeentearchieven zijn de kadastrale stukken aanwezig.

Monumentendossiers

Elke gemeente heeft een monumentenlijst vastgesteld waarop alle monumenten die zich in de gemeente bevinden voorkomen. De monumentendossiers bevatten beschrijvingen van de geschiedenis en de bouwstijlen van de woningen en andere gebouwen die op de lijst voorkomen. Uiteraard betreft het altijd slechts een relatief klein aantal gebouwen die op deze lijsten voorkomen.

Fotoverzameling/fotoboeken

Veel gemeenten zijn in bezit van een fotoverzameling. De grootte en de kwaliteit van de verzameling is per gemeente heel erg verschillend. Natuurlijk staat niet elke woning op een oude foto maar het kan de moeite lonen het fotoarchief te raadplegen.
Veel oude foto,s zijn gepubliceerd in fotoboeken. Van vele dorpen is een fotoboek verschenen en de kans is groot dat uw woning hierin voorkomt.

Archieven van de Gezondheidscommissies

De Gezondheidscommissies waren werkzaam tussen 1903 en 1933 en een van hun taken was het houden van toezicht op de volkshuisvesting. Zij adviseerden het gemeentebestuur over de onbewoonbaarverklaring of verbetering van woningen. Zij inspecteerden de woningen en hielden registers bij van hun bevindingen. Het ging hierbij alleen om de woningen met drie vertrekken of minder. Over de grotere woningen zijn in deze archieven dus geen gegevens te vinden.
In de registers is van elke woning o.a. aangegeven wie de eigenaar was, hoeveel vertrekken er waren en hoe groot die waren, of er wc, waterafvoer en drinkwater was, het aantal bewoners en de algemene toestand van de woning. De bewoner van de woning is niet altijd aangegeven. De registers zijn per dorp gerangschikt, op volgorde van huisnummer.
Niet overal zijn de registers bewaard gebleven. In sommige commissiearchieven zijn alleen enquêteformulieren bewaard gebleven. Hierop zijn dezelfde gegevens ingevuld die ook in de registers voorkomen en bovendien wordt ook elke keer de naam van de bewoner genoemd. Evenals de registers zijn de formulieren per dorp op huisnummer gerangschikt.
Niet in elke gemeente was een dergelijke commissie gevestigd; hun werkgebied omvatte meerdere gemeenten. Er waren Gezondheidscommissies gevestigd in o.a. Warffum, Winsum, Appingedam, Zuidhorn en Hoogezand. De archieven van de commissies te Zuidhorn en Hoogezand worden bewaard bij de Groninger Archieven. De overige commissiearchieven liggen in de verschillende gemeentehuizen.

Welke stukken kan ik gebruiken voor mijn familieonderzoek?

Akten van de burgerlijke stand

Er zijn drie soorten akten van de burgerlijke stand: geboorteakten, huwelijksakten en overlijdensakten. Ze worden sinds 1811 opgemaakt en zijn toegankelijk via alfabetische indexen. De akten bevatten vele gegevens die voor het familieonderzoek van belang kunnen zijn: namen, geboorteplaatsen, woonplaatsen, geboortedata, leeftijden, beroepen, etc. De akten worden pas na verloop van tijd openbaar: geboorteakten na 100 jaar, huwelijksakten na 75 jaar en overlijdensakten na 50 jaar.

Bevolkingsregistratie

Vanaf 1820 werden elke 10 jaar volkstellingsregisters opgemaakt. Per gemeente werden alle bewoners hierin geregistreerd. Veranderingen werden meestal niet bijgehouden.
Vanaf 1850 werden doorlopende bevolkingsregisters bijgehouden. Per woonhuis hierin is aangegeven wat de namen der bewoners zijn, hun onderlinge (familie)relatie, beroepen, geboortedata, waar de mensen vandaan gekomen zijn en, in geval van verhuizing, waar men naartoe ging. Via deze bevolkingsregisters zijn de mensen dus gedurende langere periode te volgen en kan de gezinssamenstelling achterhaald worden.
In de meeste gemeenten hebben de registers een looptijd van 10 of 20 jaar. Na die periode werd een nieuw register aangelegd. De registers zijn in de meeste gevallen toegankelijk gemaakt d.m.v. klappers. Van elke periode is er een aparte klapper.
Voor de dienstboden werd in deze periode vaak een apart register bijgehouden, het dienstbodenregister.
In 1920 wordt door veel gemeenten overgestapt op de gezinskaarten. Per gezin wordt er een kaart aangelegd die alfabetisch zijn gerangschikt op naam van het hoofd van het gezin. De kaarten bevatten dezelfde gegevens als de bevolkingsregisters.
In 1938 gingen alle gemeenten over op het systeem van de persoonskaarten. Elke inwoner van de gemeente kreeg nu zijn eigen kaart. Ook deze kaarten bevatten dezelfde gegevens als de bevolkingsregisters.
Als iemand verhuisde naar een andere gemeente werd de kaart naar de nieuwe woongemeente gestuurd. De oorspronkelijke gemeente behield een kopie van de kaart. Bij overlijden werd de kaart opgestuurd naar het CBS en vervolgens naar het CBG (Centraal Bureau voor de Genealogie). Ook nu behield de gemeente een kopie van de kaart.
De persoonskaarten zijn nog niet openbaar.
In 1994 werd de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) ingevoerd. Het persoonskaartenbestand werd daarmee afgesloten. Sindsdien is de bevolkingsadministratie volledig geautomatiseerd.

Militieregisters

In de militieregisters is de militaire loopbaan van uw voorouders te achterhalen. Alle mannelijke ingezetenen die de leeftijd van 19 jaar hadden bereikt moesten zich ter secretarie voor de nationale militie laten inschrijven in het inschrijvingsregister. Na sluiting van het register werd een alfabetische lijst van de ingeschrevenen opgemaakt. Daarna werd geloot wie er onder de wapenen moest en wie niet. De loting geschiedde door de militieraad. De ingeschrevenen moesten elk een nummer trekken en op basis hiervan werd het lotingsregister opgemaakt.
In de gemeentearchieven vinden we de inschrijvingsregisters en alfabetische lijsten voor de nationale militie vanaf 1815 en de lotingsregisters vanaf 1862 (als gevolg van een verandering in de procedure op grond van de Militiewet van 1861). Ook kunnen verlofgangersregisters aangetroffen worden. Met de invoering van de Dienstplichtwet in 1922 werd de nationale militie opgeheven.
Andere militaire onderdelen waren de schutterijen (een soort gemeentelijke strijdkracht), de landweer (opvolger van de schutterijen vanaf 1901) en de landstorm (een reserveleger vanaf 1913). Ook hiervan kunnen in het gemeentearchief inschrijvings- en andere registers worden aangetroffen.

Kohieren van de hoofdelijke omslag

Een aanwijzing omtrent de materiële welgesteldheid van uw voorouders kunt u vinden in de kohieren van de hoofdelijke omslag oftewel inkomstenbelasting. Deze werden vanaf het ontstaan van de gemeenten jaarlijks opgemaakt. Niet iedereen komt er in voor want niet iedereen betaalde belasting. Dat was afhankelijk van je inkomsten. In 1922 ging de heffing van de inkomstenbelasting over naar het Rijk. Na dat jaar zijn er dus geen kohieren meer aanwezig in de gemeentearchieven.

Wat is er in gemeentearchieven te vinden over bedrijven?

Hinderwetvergunningen

De belangrijkste bron voor bedrijvenonderzoek in gemeentearchieven vormen de hinderwetvergunningen. Al in 1811 werd hier een Keizerlijk Decreet ingevoerd waarbij beperkingen werden opgelegd aan bedrijfsactiviteiten in woonkernen. De bedrijven werden ingedeeld in drie categorieën waarbij de bedrijven die de meeste overlast veroorzaakten in de eerste categorie werden ingedeeld. Voor de oprichting van deze bedrijven moest een verzoek worden ingediend bij de prefect. Vergunningen voor de oprichting van bedrijven in de tweede en derde categorie werden verleend door de onder-prefect in het arrondissement. De maire moest in dit geval informatie inwinnen over de eventuele bezwaren die er tegen de bedrijfsvestiging zouden kunnen zijn. Zo hier en daar worden deze stukken nog gevonden in de gemeentearchieven.
Na het vertrek van de Fransen in 1813 bleef de regeling van kracht en werd in 1824 vervangen door een Koninklijk Besluit met gelijksoortige strekking, het Fabrieksbesluit. De indeling in drie categorieën bleef onveranderd. Voor bedrijven der eerste klasse was vergunning van de Koning nodig, bedrijven der tweede klasse hadden toestemming nodig van Gedeputeerde Staten terwijl de vergunning voor de oprichting van bedrijven der derde klasse, de bedrijven die de minste schade of hinder veroorzaakten, werd verleend door de gemeenten. In sommige gemeentearchieven worden deze stukken nog aangetroffen, meestal verspreid tussen de overige correspondentie.
In 1875 wordt de Fabriekswet van kracht, vanaf 1896 bekend als de Hinderwet. Op een enkele uitzondering na worden nu alle vergunningen voor het oprichten van inrichtingen die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken verleend door de gemeenten. Ook reeds bestaande bedrijven moesten een vergunning aanvragen zodat in het gemeentearchief vaak een groot aantal vergunningen van 1876 wordt aangetroffen. Meestal werden deze stukken in een aparte serie bewaard.

Gemeenteverslagen

In de gemeenteverslagen (opgemaakt tussen 1851 en 1930) treft u lijsten aan van in de gemeente aanwezige fabrieken, bedrijven en ambachtslieden. Vaak is hierbij vermeld hoeveel arbeiders er bij een bepaald bedrijf in dienst waren en bijvoorbeeld of er gebruik werd gemaakt van stoomkracht.

Patentregisters

In sommige gemeentearchieven treft u patentregisters aan die al vanaf 1811 werden opgemaakt. Het patentrecht was een rijksbelasting die werd geheven op de uitoefening van vrije- of handelsberoepen, en werd dus betaald door personen die een winkel hadden of een tapperij maar ook door ambachtlieden, fabrikanten, marskramers en kermisklanten. De registers zijn lang niet in alle gemeenten bewaard gebleven maar waar dat wel het geval is kan goed worden achterhaald hoe groot de bedrijvigheid in die gemeente was. In 1894 is het patentrecht afgeschaft.

Vergunningen voor de verkoop van sterke drank

In een aantal gemeentearchieven zijn de registers bewaard gebleven van de verlening van vergunningen voor de verkoop van sterke drank. Sinds de invoering van de Drankwet in 1881 hebben tappers en herbergiers een dergelijke vergunning nodig. Deze werden door de gemeenten verleend. Alle in de gemeente aanwezige café’s, herbergen en andere horecagelegenheden alsmede de namen van de eigenaars zijn in deze registers terug te vinden.

Archieven van de Kamers van Koophandel

Veel informatie over bedrijven is te vinden in de archieven van de Kamers van Koophandel. Kamers van Koophandel waren er in Winschoten, Hoogezand, Veendam, Appingedam, Delfzijl en Groningen. Ze zijn allemaal opgericht in de tweede helft van de 19de eeuw. In 1922 vond er een reorganisatie plaats waarbij alleen de kamers te Groningen en Veendam overbleven. De archieven van deze instellingen worden bewaard bij de Groninger Archieven in Groningen.